Doelstelling S.M.G.A. (Objectif R.D.G.P.)

Schuldkwijtschelding van Mensen in Grote Armoede

Deze oproep is het resultaat van Think Tank #18 (Voor de oprichting van een comité voor de schuldkwijtschelding van de vierde wereld) van de vzw DoucheFLUX, die plaatsvond bij BXL-Laïque op 12 januari 2016, met bijdragen van

en opgesteld door Laurent d’Ursel en Nicolas Marion. Vertaling naar het Nederlands door Charlotte Zwemmer.

Doel: dit onderwerp op de agenda zetten van de politieke besluitvormers van alle partijen.

Wilt u deze oproep ondertekenen, ondersteunen of helpen verspreiden en een bijdrage leveren aan de beweging “Objectif R.D.G.P.”, dan nodigen wij u uit om het formulier te tekenen!

(zie de lijst van ondertekenaars)

Download PDF

Er bestaan enkele waarheden:

  • Schulden hebben een grote maatschappelijke kostprijs met funeste gevolgen.
  • De onmogelijke terugbetaling van hun schulden als gevolg van insolvabiliteit houdt veel dak- en thuislozen op straat en dreigt tot een nog grotere schuldenberg te leiden.
  • Er bestaat geen enkel obstakel dat we uit de weg moeten ruimen om de meest kansarme mensen weer te integreren in de maatschappij zodra zij dat wensen, temeer omdat de strijd tegen sociale uitsluiting een expliciete en gesubsidieerde prioriteit is van de zes Belgische regeringen.
  • De levensvatbaarheid van het ‘systeem’ berust slechts ten dele op het grotendeels ideologische en gedeeltelijk utopische principe dat er een juridische verplichting is om schulden terug te betalen.
  • Het afbouwen van de schuld via de ‘collectieve schuldenregeling’ is niet aangepast aan de situatie van de meeste mensen in grote armoede.
  • Het schuldgevoel van iemand die zijn schuld niet kan terugbetalen creëert en voedt in hem een schaamtegevoel, dat nooit terecht is, maar dat vaak en soms hevig woedt bij mensen in grote armoede.
  • Schuldbeheer genereert veel kosten voor de staat (kosten voor vervolging en invordering, gerechtelijke kosten, enz.).
  • De geschiedenis geeft talrijke voorbeelden van de succesvolle kwijtschelding van private of publieke schulden.[1]
  • Het begrip ‘schuld’ is uitermate relatief.[2]
  • Geen enkel principe rechtvaardigt dat we in het ene geval de schuld socialiseren (en bereid zijn om de onschuld van de bankbeheerders voor hun bancaire fouten te accepteren) en in het andere geval de terugbetaling via gerechtelijke weg opeisen (en bereid zijn om levens te verwoesten).
  • De – zij het foutieve – overtuiging dat zij hun schulden nooit kunnen terugbetalen, zorgt ervoor dat arme mensen zichzelf uitsluiten.
  • Hoe meer een eis van terugbetaling betrekking heeft op arme mensen, hoe meer die uitgaat van een straffend en disciplinair principe in plaats van economisch.
  • De verplichting van terugbetaling is een ‘lege doos’ of structurele nonsens, die de ondraaglijke structuur van ongelijkheid in stand houdt: het beschamende en onverwachte resultaat van de verplichting tot terugbetaling is de rechtvaardiging van de ongelijkheid.[3]
  • De generalisatie ‘Als we alle schulden kwijtschelden, stort alles ineen’ is louter retorisch en getuigt dus van een onfatsoenlijk cynisme.
  • Het idee dat de verzekerde kwijtschelding van schulden in het geval van grote armoede zou aansporen om schulden te maken, zou ontvankelijk zijn als we konden geloven dat grote armoede een keuze is.
  • Een faillissement, dat burgerrecht[4] geniet in de zakenwereld, is een vorm van schuld die nooit terugbetaald wordt. En dat terwijl de neoliberale economie van elke burger een ‘kleine ondernemer’ maakt, dat wil zeggen een rechtspersoon. Dus moet het faillissement van natuurlijke personen hetzelfde worden behandeld als het faillissement van een rechtspersoon. Daaruit volgt dat we niet langer het onderscheid mogen maken tussen een begrijpelijke inschattingsfout of een berekend risico aan de ene kant en een morele fout aan de andere kant. Want dan verglijden we schaamteloos van de controle van een (slecht) beheer naar de controle en existentiële stigmatisering van een (kansarme) persoon.
  • Iemand in grote kansarmoede betaalt al (in de zin van ‘lijden’) omdat hij niet kan betalen.[5]
  • Het principe van een pure en eenvoudige, onvoorwaardelijke en automatische kwijtschelding van de schuld is van toepassing in de filosofie van Housing First: wie het doel bereikt, heeft niet noodzakelijk voordien alle middelen verzameld om daar te geraken.
  • Aangezien schuld bestaat tussen potentieel gelijken[6], betekent het eisen van een terugbetaling onbetwistbaar dat de gelijkheid wordt hersteld. Maar wanneer deze eis onevenredig is, wordt de ongelijkheid onherstelbaar verankerd.
  • Als de Kroaten het doen, dan moeten de Belgen er ook in kunnen slagen.[7]
  • De kwijtschelding van schuld is het tegenovergestelde van een ‘hangmat’, want de tellers op nul zetten haalt iemand uit de ‘hulpbehoevendheid door schuld’ van de hulpverlening.
  • Wanneer een doelstelling (bijvoorbeeld de waardigheid van een kind) leidt tot een andere doelstelling (bijvoorbeeld de strijd tegen de armoede), dan bestaan er toch situaties (bijvoorbeeld grote kansarmoede) waarin deze rangschikking impliceert dat de twee doelstellingen niet bereikt worden. In deze situaties mag men strafrechtelijke boetes[8] niet meer buiten de collectieve schuldregeling houden.
  • De stijging van de schuld door woekerrentes is een volmaakte, zelfproducerende en toch absurde weg naar een grote schuldenberg.
  • De exponentiële, arbitraire en buitenproportionele interesten waaraan woekeraars en hun uitvoerders (al dan niet ingezworen deurwaarders) meewerken getuigt van een economische wreedheid die ‘fair’ zou zijn, indien ze ten goede zou komen aan de uiteindelijke schuldeisers.
  • Het einde van de schuld luidt een hergeboorte in, terwijl een chronische schuld aanschurkt tegen pesterij.

Uit het voorgaande volgt dat we dringend werk moeten maken van een juridische procedure die de schulden van een persoon in grote armoede automatisch annuleert. Om doeltreffend te zijn, mag de toepassing van dit recht niet afhankelijk zijn van de activering door de belanghebbende. Deze schuldkwijtschelding voor mensen in grote armoede impliceert uiteraard dat de wetgeving van verplichtingen wordt aangepast.

________________________________________
[1] Zie noot 7 voor het voorbeeld van Kroatië.

[2] Een schuld wordt niet als zodanig gezien, ervaren, beleefd vanaf het moment dat deze kan worden omgezet naar een boekhoudkundig document, hoe rudimentair ook. Elke boekhouding is echter een schrijfspel, een enscenering, een relaas, die alleen betekenis hebben wanneer men zich schikt naar de regels van het spel, naar de plaats van de enscenering, naar de presentatie van het relaas. Maar we kunnen altijd de regels herzien, de plaats opnieuw afbakenen, de presentatie aanpassen. In dit geval is er niets méér arbitrair dan het vastleggen van het moment waarop ik niet meer schuldig ben (in de betekenis van een schuld die volgens de regels inroepbaar is) aan iemand wat ik hem objectief gezien wel schuldig ben. Al heel snel tellen we niet meer – gelukkig maar, want we zouden niets anders meer doen – wat we hebben gegeven en wat we in alle boekhoudkundige gestrengheid in even zoveel schuldvorderingen zouden kunnen gieten.

[3] We definiëren een structurele lege doos als iets wat betekenis laat circuleren tussen de singuliere punten van een gegeven structuur. In dit geval kunnen we enkele singulariteiten uit de ongelijkheidsstructuur aanhalen: kansarmoede, ongelijkheid, uitsluiting, economische verschillen (debiteur-schuldeiser, rijk-arm, enz.) om er enkele te noemen. Gezien vanuit de invalshoek van schuld als een actieve oorzaak van socio-economische ongelijkheden, laat de ongelijkheidsstructuur steeds de verplichting tot terugbetaling terugkeren (hoewel die geen enkele zin heeft, behalve om de structuur in stand te houden), als een garantie dat alle singuliere punten ze samen functioneren. Structureel denkt men vaak dat het deze lege doos is, die het mogelijk maakt aan de structuur om te veranderen, ineen te storten of te wijzigen. De opheffing van deze verplichting (op moreel, economisch, politiek en cultuur niveau) biedt – minstens in gedachten en feitelijk aan de kansarme persoon – de mogelijkheid om de actieve structuur van sociale, economische en culturele ongelijkheid te herconfigureren.

[4] In de Verenigde Staten (dat wil zeggen, morgen in België) is dit burgerrecht een verplichte passage of zelfs een bewijs van legitimiteit, authenticiteit en betrouwbaarheid.

[5] Hoe meer men hem vervolgt, hoe meer hij zich voelt als een voorwerp-dat-absoluut-moet-betalen en minder als een persoon-die-vrij-kan-leven.

[6] David Graeber, Dette. 5000 ans d’histoire, Paris, Les Liens qui libèrent, 2013, p.147 : ‘Wat is een schuld? Een schuld is iets heel bijzonders, en komt voort uit heel bijzondere situaties. Zij vereist ten eerste een relatie tussen twee personen die zichzelf niet beschouwen als wezens van grondig verschillende types, die minstens potentieel gelijk zijn, die reëel gelijk zijn op de belangrijke gebieden en die op dat moment niet op gelijke voet staan – maar voor wie er mogelijkheden zijn om de zaken weer in evenwicht te brengen.’ [vert.]

[7] De Kroatische regering kondigde in februari 2015 een plan aan om de schuld kwijt te schelden aan niet minder dan 60.000 personen in grote kansarmoede. Deze maatregel betreft 60.000 personen die moeten rondkomen met een inkomen van minder dan 1250 kuna (162 euro) per maand en die een schuld van minder dan 35.000 kuna (4.550 euro) hebben. Alleen mensen zonder spaargeld en zonder eigen bezittingen komen in aanmerking en de maatregel is vooral bestemd voor mensen die al een uitkering krijgen. Volgens de regering moet de maatregel 46 miljoen euro kosten, wat neerkomt op 0,1 procent van het BBP van Kroatië, en zal integraal worden gedragen door de kredietmaatschappijen. Zie het artikel in Le Monde van 2 februari 2015, te vinden op http://www.lemonde.fr/europe/article/2015/02/02/la-croatie-efface-les-dettes-de-60-000-personnes_4568074_3214.html

Voor een kritische benadering van dit voorbeeld, zie de analyse van CADTM: http://www.cadtm.org/Annulation-de-dette-en-Croatie

[8] Volgens artikel 1675/13, §3 zijn er vier gevallen waarin de rechtbank geen kwijtschelding van schulden kan verlenen:

• Onderhoudsgelden die vervallen zijn of zullen vervallen (zie de wet van 12 mei 2014 houdende wijziging van de wet van 21 februari 2003 tot oprichting van een dienst voor alimentatievorderingen bij de FOD Financiën en tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek, met het oog op een effectieve invordering van onderhoudsschulden, van kracht sinds 1/09/2014);

• Vergoedingen voor het herstel van lichamelijke schade na een misdrijf zijn integraal verschuldigd. De debiteur moet deze dus volledig terugbetalen, ook al kost dit meer dan vijf jaar;

• Resterende schulden na een faillissement, tenzij het faillissement is uitgesproken in toepassing van de wet van 18 april 1851 op het faillissement, de bankbreuk of de opschorting van betaling. Deze kwijtschelding kan niet worden verleend aan de gefailleerde die veroordeeld werd wegens eenvoudige of bedrieglijke bankbreuk;

• Strafrechtelijke boetes (artikel 464/1, §8 alinea 5 van het Wetboek van Strafvordering: ‘De kwijtschelding of vermindering van de straffen in het raam van een collectieve insolventieprocedure of burgerlijke beslagprocedure kan enkel worden toegestaan met toepassing van artikelen 110 en 111 van de Grondwet.’ Van kracht sinds 18/04/2014.)

Hebben ondertekend:

Allart Muriel
Archambaud Emmanuel
Bachely Carole
Bagnara Alberto
Bauemerder Joelle
Beaufays Laetitia
Begon Claire
Ben Ammar Raouf
Bernard Diane
Bernier Quentin
Berrou Gwen
Bertrand Lucile
Billami Cherifa
Boitte Margaux
Bonvoisin Juliette
Bonfanti Lola
Brasseur Patrick
Breuse Bernard
Buyssens Brigitte
Cantoreggi Karine
Cappuyns Catherine
Cereceda Felisa
Claus Louis
Cloostermans Laetitia
Comte Jean
Cooper Timothy
Corten Sandrine
Cottiels Francis
Cruyplandt Michel
d’Oultremont Juan
d’Ursel Ludovic
De Backer Isadora
De Buck Philip
de Coninck Claire
De Kuyssche Nicolas
de Menten Amaury
De Temmerman Arnaud
De Villers Violaine
Dekeuleneer Marie
Delaetere Christophe
Deroeux Maxime
Devlésaver Stéphanie
Devuyst Ania
Di Matteo Sylvia
Diederich Patricia
Dierckx Aube
Dierickx Ariane
Dinh Valérie
Douazi Ikram
Drevard Laurence
Drogart Paul
Drogart Thomas
Duchêne Joseph
Duculot Béatrice
Dupont Kristel
Duval Stéfane
El Ghabri Redouan
Evrard Laurence
Ferrari Barbara
Franco Jacky
Franco Suzy
Frère Barbe
Gardes Claire
Gerbaud Laurent
Ghozzi Laila
Gilbart chantal
Godichaux Laurent
Goldwicht Serge
Gribomont Marie
Grisar Michel
Guerrier Dominique
Guillaume Agnès
Guizouarn Bernadette
Hadji Chahr
Hänsel Marion
Henry de Frahan Clotilde
Hobe Deborah
Hoornaert Anne-Sophie
Houtman Anne
Hubinon Michele
Hugé Jean-Joseph
Huyghe Catherine
Jakic Ljubomir
Jans Jacqueline
Janssens Marie-Alice
Kervyn Guy
Keutgen Paulette
Kinet Geneviève
Koval Sarah
Lacourte Patricia
Laenen Isabelle
Lamarche Caroline
Landresse Sophie
Langlet Françoise
Langlet Françoisse
Laurent Narendra
Lavallée Edwin
lecomte jacqueline
lecomte jacqueline
Ledecq François
Legein Jean
Lemaire Marie-Laure
Loos Charles
Löwenthal Xavier
Maisano Teresa
Majid Awatif
Mandelbaum Arié
Marhder Nawal
Marion Nicolas
Martin Marie-France
Martin Patricia
Martin Bénédicte
Martin Loustalot Louise
Martinez Bernard
Meddens Dries
Meert Marie-Pascale
Meeze Alain
Melo João
Mettioui Soumaya
MEULEMANS LUC
Moffett Kenneth
Moffett Cleveland
Motte Mélancolie
Mulot Nicole
Nabulsi Layla
Nyström Ingrid
Olivier Thierry
Osterrieth Isabelle
Parent Nicolas
Peeters Catherine
Pétrouchine Claire
Renglet Hélène
Rigaux Amélie
Roberti Stéphane
Roine Pascale
Romaniello Sandra
Roose Marie-Clotilde
Rousseaux Bernarde
Rousseaux Marie-Catherine
Samgin Alexander
Sassi Bruna
Schiemsky Vanessa
Simeone Christine
Soete Monique
Solé Henri
Sonveau Laure-Anne
Stengers Isabelle
Taddei Antonia
TAELMAN Hubert
Taquet Helene
ter Hark Stephania
ter Hark Marie-Christine
Thielemans Tommy
Toosdel Nathalie
Trillet Sarah
Van de Wijngaert Thierry
Van eeckhout Barbara
Van huyck Catherine
Van Roy Etienne
Van Simaeys Thomas
Vanalme Yasmina
Vanden Bossche Cécile
Vanderkam Martine
Vandermeulen Yolande
Vanderveken Mark
Vangoethem Olivier
Vanhamme Chloe
Verhaegen Mathieu
Vermeulen Julie
Villers Bernard
Warnotte Pauline
Wauters Jacqueline